(Je bent precies) een Franse auto

Hobby’s. Doet me denken aan twee dingen: is iets van mannen en iets van vroeger. Jaren ’50 eigenlijk. Gedoogd door hun vrouwen, sparen mannen postzegels of suikerzakjes, melken ze duiven in hun schuurtje of hebben ze op zolder een tracé voor hun modeltrein, compleet met wissels, tunnels en een klein stationnetje. Uitgestorven, dat slag.

Dit weekend was ik voor een feest weer even in Frankrijk, in La Chapelle de Guinchay, om precies te zijn. Een negorij, ligt ergens in de Beaujolais. Prachtige streek, afgelegen en dat merk je: tijd gaat er langzamer, vroeger bestaat daar nog, dus ook de hobby.

Op zondagochtend, toen ik m’n kater wilde uitlaten, stuitte ik vlak buiten m’n hotelletje op een bijeenkomst van de autoclub. Die vond plaats op het voetbalveld, waar inmiddels zo’n vijftig auto’s verzameld waren: Simca’s, Renaults, oude Porsches, maar ook een aftandse Citroën BX en een Peugeot 205 vol deuken – een auto = een auto, daar doen ze niet moeilijk over. Mannen liepen er om heen, keurend, aantekeningen makend, sommigen met hun zoontje. Voor de allerkleinsten lagen op een tafel kleurplaten, uiteraard van auto’s.

Jeany, quit living on dreams: zelfs de muziek was van vroeger. Vanaf een podiumpje draaide DJ Cedric net al The Final Countdown en Live is Life. Lala lalala. Ach, alles beter dan Johnny Halliday. De DJ was ook spreekstalmeester en dat nam hij serieus. Opgewonden gilde hij in z’n microfoon te pas en te onpas dwars door zijn plaatjes. ‘Mesdames et messieurs,’ begon Cedric dan – kennelijk blind, want op het terrein was geen vrouw te bekennen. ‘Mesdames et messieurs, votre attention, si’l vous plaît,’ en meldde vervolgens de aankomst van een nieuwe auto of dat de loterij die middag om drie uur zou beginnen. De bezoekers deerde het allemaal niet, die waren blij en tevree bezig met hun hobby en kuierden rustig langs een rijtje roestbakken.

‘Dans cinq minutes le défilée va commencer,’ ratelde Cedric. Hush-hush-I do I, too shy-shy. En daar gingen ze, op een rijtje, vijfenzeventig auto’s, een antieke Simca voorop, uit de ramen staken fier twee Franse vlaggen, voor het hoogtepunt van de dag: een rondje door la région. Iets verderop liep de kerk net uit, in een beekje naast het voetbalveld stonden twee jochies te vissen op vlekzalm. Het was fijn weer in Frankrijk te zijn.

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Weert-Jan

‘Het wordt een mooie avond,’ zei H, aan wiens tafel ik was uitgenodigd voor het gala. En ja, mijn tafeldames waren prachtig, de zaal in Huis ter Duin afgeladen en Ivo Niehe niet ongeestig. En je kon bieden op een verwenpakket van de PC Hooftstraat, een spectaculaire reis naar Tanzania en als je niet oppaste, als je één verkeerde beweging maakte, moest je ineens lunchen met Xander de Buisonjé – en daar nog 5.000 euro voor betalen ook. Maar zoals dat gaat bij een benefietgala, was de aanleiding voor de avond bepaald niet vrolijk: de ziekte ALS.

ALS, Amyotrofische Laterale Sclerose, is misschien wel de ergste spierziekte die er bestaat. Langzaam sterven de zenuwcellen die de spieren aansturen. Het uitvallen van de ademhalingsspieren is meestal de oorzaak van het overlijden van iemand met ALS. Hoe snel dat gaat verschilt per persoon, maar de gemiddelde levensverwachting van een ALS-patiënt is drie tot vijf jaar.

Vier jaar geleden hoorde ik dat Weert-Jan Weerts deze vreselijk ziekte heeft. Ik ken ‘m uit Leiden, waar we zo’n beetje tegelijkertijd lid waren van het studentenkoor. We waren geen dikke maten, wel had ik respect voor ‘m: hij zag er beter uit dan ik, was minstens even hanig en had sterke vrienden. Hij zat bij de Bloods, ik bij de Crips, zeg maar. Of bij de Montagues en de Capulets, dat klinkt gepaster bij zo’n sjieke vereniging – allemaal vechtend om indruk te maken op de Juliets.

Als grote man achter de Stichting ALS was Weert-Jan het middelpunt van de avond. De afgelopen jaren heeft hij zich ingespannen om bekendheid te geven aan zijn ziekte, om geld in te zamelen voor onderzoek naar medicijnen tegen ALS. Met succes, vond ook de koningin: tijdens het gala werd hij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Het was inderdaad een mooie avond, een bijzondere mix van vrolijk en verdrietig. Mijn respect voor Weert-Jan is alleen maar groter geworden – en nu echt, niet studentikoos. Indrukwekkend de manier hoe hij, jonge vader, omgaat met zijn ziekte, indrukwekkend te zien wat hij betekent voor zijn lotgenoten. Steun hem en de Stichting ALS, kijk op www.stichting-als.nl en maak over naar giro 100.000. Als je dat niet doet, stuur ik Xander de Buisonjé op je af.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Mensen kijken & cijfers geven

Op het terras mensen kijken, en dan cijfers geven: wie doet het niet? Ik doe het bij de IJsbreker, mijn stamcafé, dat na een verbouwing, dit voorjaar, ineens Ysbreeker heet. Belachelijk natuurlijk. Een andere ingrijpende verandering sinds het café grand is, is dat het stoffig en linksig publiek dat hier voorheen exclusief uithing, gezelschap heeft gekregen van hip volk en semi-BN-ers – mensen op sneakers met een zonnebril in hun haar. Niet zo best voor het intellectueel gehalte, wel goed voor de cijfers op het terras.

Ik ben aan het werk, bezig mijn manuscript te vervolmaken na het commentaar van mijn redacteur. ’n Lastige klus: een wijziging hier heeft drie hoofdstukken verderop gevolgen, waardoor daar een zin wegmoet en ik ergens anders weer een alinea moet herschrijven. Om uit te rusten, gun ik mijn ogen regelmatig een ommetje.

Genoeg te zien. Altijd wel een tafeltje waar gedate wordt, want je hebt uitmaakcafés, Walem op de Keizersgracht bijvoorbeeld, de IJsbreker is dat zeker niet. Zij daar, een paar tafeltjes verderop, hebben een eerste date, via internet vermoedelijk. Hij zat er al een zenuwachtig kwartiertje, wilde haar begroeten met een zoen, maar kreeg een hand. Hij lijkt op Roy Makaay, zij op Nicole Kidman. Een gekke combi, niet waar?

Naast me ontpopt een knul zich tot waspwhisperer. ‘Let maar op, hij gaat zo weg,’ bezweert hij zijn vriendin die angstvallig een krant in aanslag houdt. Een Telegraaf, die ze zelf moet hebben meegenomen, want dat blaadje willen ze in de IJsbreker nog steeds niet bezorgd hebben – da’s dan tenminste niet veranderd.

Drie serveersters belopen vandaag het terras. Elke met eigen stijl: de een flaneert, de tweede schrijdt, links en rechts belangstellend vragend of men ’t naar de zin heeft, als een gastvrouw op haar feestje, en de derde, een knappe Poolse, voorkomt met een soepele pirouette dat een wat lompe figuur haar en haar volle dienblad omver loopt.

De date vlot intussen niet. Terwijl Roy aan ’t vertellen was, bekeek Nicole net al een sms. Waarschijnlijk valt hij in levende lijve tegen, heeft hij zijn foto misschien te veel geshopt. Tja, de IJsbreker. Zij daar, die schuin voor me gaat zitten, krijgt een acht van me, ondanks haar rare blauwe nagellak. Maar ik moet door, aan het werk, mijn boek afmaken. Nog een week of drie, dan ben ik klaar.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Te Koop – mijn huis

Kijk, als huizen nou als warme broodjes gingen, zoals in de tijd dat je blij mocht zijn dat je ’n bod mocht uitbrengen en ’n bezemkast in de Pijp nog bij inschrijving werd verkocht, dan had ik u deze advertorial bespaard.

guest room

Roof Terrace I

Maar zo liggen de zaken niet en daarom bied ik u zelfs via mijn blog, schaamteloos, mijn appartement aan. Het is ook werkelijk schitterond, aan de feeërieke Nieuwe Prinsengracht. En serieus: 130 meter, derde en vierde verdieping, zeer licht, in 2007 gesplitst dus in topstaat. Dakterras, vergunning voor een tweede in aanvraag, sjieke keuken, houten vloeren en ingebouwde kasten. Parkeervergunning binnen 2 maanden. Zie Funda. Op vertoon van deze blog -uitgeprint en uitgeknipt- krijgt u €1.000 korting en als de koper via u komt, ontvangt u 5 exemplaren van mijn boek, gesigneerd.

Waar ik zelf ga wonen weet ik nog niet. Buenos Aires, Kaapstad, Veghel, Watergraafsmeer, ’t kan allemaal. Misschien wel bij u in de straat, pas maar op.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Gezellig

‘Ben ik wel ’n goeie Hollander?’ vroeg ik me af. Genoeg tijd om over na te denken: ik moest nog zeker 8 kilometer rennen op de loopband. Mijn uitzicht is de Amstel, waar ’t meestal rustig is. Af en toe glijdt een binnenvaartschip mijn raam voorbij, de André van Duin, de Vincent van Gogh of een andere rondvaartboot, wat roeiers en een enkel kajuitbootje – man achter het roer, vrouwlief er naast, soms een verveelde tienerdochter in bikini op de voorplecht. Vandaag is het anders, zelfs op dit stukje Amstel is het druk want dezer dagen is het Sail en daar moet je bij zijn.

Pal voor me koesteren zo’n 25 Riva’s, 4 rijen dik, zich in ’t zonnetje, terwijl hun baasjes in La Rive aan de lunch zijn. Af en toe komt er eentje aan boord om nog even iets bij te poetsen. Ze lijken op elkaar, die Riva-eigenaren: veel rooie broeken, snorren, bootschoenen (nogal wiedes) en allemaal doen ze heel nautisch in polo’s met grote emblemen, Gaastra-zus en Regatta-zo. Beetje zenuwachtig lijken ze ook, want straks moeten hun peperdure lievelingen zich voegen in het gekrioel, in de bonte armada van 350 PK Bayliners, politieboten en aftandse sloepen, opstomend naar ’t IJ.

Hollanders houden van gezelligheid. Ze zouden verspreid over het land kunnen wonen -Friesland en Drenthe zijn prachtig- maar ze zitten vooral in de Randstad, inmiddels één van de drie dichtstbevolkte gebieden ter wereld. Alsof dat niet genoeg is, zoekt men elkaar daar graag op: met z’n allen naar Amsterdam voor Koninginnedag, het WK en Sail. En of het nou Nederlands Elftal is of boten vol gays die door de grachten varen doet er niet toe, een miljoen mensen staat langs de kant met pils en toeters. Een feest is pas een feest als je er met 100.000 man bent geweest. ’t Schijnt te maken hebben met ontzuiling. Iedereen doet tegenwoordig vooral ‘z’n eigen ding’, maar tegelijk is er het sterke verlangen om ergens bij te horen, hang naar saamhorigheid.

Voetbal kijk ik niet in ’n bomvolle kroeg of op het Museumplein, maar met een paar vrienden. Komend weekend de Uitmarkt, dus ga de stad-uit-Mark. Nee, ik ben geen goeie Hollander. ’t Liefste ga ik met zeilmeisje Laura samen solo de wereld rond. Gezellig!

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

A writer’s goldmine

Rotterdam had ook de laatste paar honderd meter dat het nog scheidde van het dorp opgeslokt – aan niemandsland wordt in de Randstad niet meer gedaan. Barendrecht. Was er jaren niet meer geweest, maar één verkeerde afslag en ik reed ineens m’n geboortedorp binnen.

Vooruitgang had ook hier onmiskenbaar toegeslagen: ik zag rotondes, een IKEA en een Cultureel Centrum. Het regende zachtjes. Mijn lagere school stond er nog, op een steenworp van de vijand, de christelijke basisschool. Of een ijsbalworp, in de winter. Verderop mijn voetbalclub en daar, in dat huis, woonde m’n beste vriendje. Nu niet meer, nu wonen daar Jack, Yvonne, Tobias & Maikel. Mijn oude buurt, nog altijd even braaf en grijs. Straat na straat, vind maar eens 10 verschillen: rijtjes huizen, auto’s, een eenzame boom in een perkje vol kniehoog zielloos groen.

Het huis waar ik opgroeide bleek enorm veranderd. Sterk gekrompen, om te beginnen: de tuin, ooit een voetbalveld, nu een postzegel. Ook viel ’t me op dat de huidige bewoners nog steeds niet het bordje met ‘Hier woonde Mark Schalekamp, schrijver‘ hebben opgehangen.

Het begon steeds harder te regenen, zoals het de 17 jaar dat ik er woonde voortdurend deed. ‘Het is knap dat je er nog zo goed uit bent gekomen,’ zei één van m’n psychiaters laatst bewonderend. A writer’s goldmine, die jeugd van mij, dat natuurlijk wel, dus mij hoor je niet klagen.

Ik at een puddingbroodje in de Dorpsstraat. Eigenlijk was hier niet zo veel veranderd: een Intertoys, Bakker Klootwijk, slagerij J. van der Ven. Het was vakantie en moeders liepen met hun kinderen, zonder uitzondering gehuld in Feyenoord-shirts. Zo luidt de etiquette in deze contreien, draag je iets anders, heb je iets uit te leggen.

In het Cultureel Centrum treedt volgende week Lenette van Dongen op, las ik. Op ’t moment dat ik ’t dorp verliet, hield ’t prompt op met regenen.

11 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Jochem & de ratjes

Nog een keer komt hij kijken of de kooi wel op de goede plek staat.
‘Niet te veel in de zon. En zet ze af en toe voor de tv, dat vinden ze leuk,’ zegt Jochem.
‘Ik zal goed voor ze zorgen. Echt. Beter als jou,’ zeg ik.
‘Beter dan jou,’ zegt mijn buurjongetje streng. ‘Had jij vroeger geen taal op school?’

Ze gaan twee weken met vakantie en Jochem wil dat ik op zijn ratjes pas. Het zijn er twee: Saar en Lies. Hij wilde ze sinds hij Ratatouille zag. Z’n moeder vond ’t een goed idee, want volgens haar zijn ratten ideale huisdieren: lief, schoon en intelligent. Je kan ze nog eens een kunstje leren. Ik vind ratten vooral ratten. En genoeg ratten in Amsterdam, zou je zeggen, maar Saar & Lies zijn gehaald in Hoogeveen, bij een speciale fokkerij.
‘Welke rat is nou Suarez en welke Pantelic?’ vraag ik.
‘Haha, wat ben je weer grappig.’
‘Ik las trouwens net op Teletekst dat David Villa naar Feyenoord gaat, wist je dat?’
‘Echt niet, jullie zijn heel arm.’ Jochem loopt al een week in een shirt van Villa, want hij is voortaan voor Spanje. Hij heeft het WK intensief gevolgd, bijna geen wedstrijd gemist. Het heeft ‘m veel geleerd: écht zinloze feiten (hij weet van een groot aantal spelers van het Noord-Koreaans elftal hun club en leeftijd). Vind ik grappig. En hij krijgt inmiddels geluid uit een vuvuzela, en veel ook. Vind ik niet grappig. ‘Heb jij toevallig mijn vuzuvela gezien?’ vroeg hij mij de afgelopen weken een paar keer. Dat ik al drie van zijn vuvuzela’s in mijn keukenkast heb verstopt mocht niet baten: hij wordt telkens bevoorraad door z’n vader, die ver in West woont, dus wat kan hem ’t schelen?

‘En let goed op dat Saar niet het eten van Liesje op eet.’
Hij voert ze zelf voor een laatste keer uit de zak Prestige Crispy Rat Muesli. ‘En je kan ze ook mango’s en lychee’s geven.’ Met een traan in z’n ogen laat hij ze achter en loopt de trappen af, naar de auto die voor de deur op ‘m staat te wachten. Vanaf m’n balkon zwaai ik ze uit, hij voorin, naast z’n moeder, z’n twee zusjes op de achterbank. Z’n zusjes zwaaien terug, Jochem steekt ter afscheid z’n nieuwe vuvuzela uit ’t raam, maar voor hij de kans krijgt te toeteren, slaat de achterbank het ding uit z’n hoofd.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized