Categorie archief: Uncategorized

Recensies!

Ze hebben mijn boek niet verbrand. Ook hebben ze me niet uitgelachen – niet in m’n gezicht althans. De eerste recensies zijn binnen…

Moet bekennen dat ik ’t spannend vond. Ik heb nog geen kinderen gebaard (schijnt best zwaar te zijn overigens. Te vergelijken met het rennen van een halve marathon, hoorde ik laatst). Maar zo voelt het een beetje: ik ben twee jaar zwanger geweest en ik zou het pijnlijk vinden als de eersten aan mijn kraambed het kindje spuuglelijk zouden vinden.

En het overkomt de beste: Tommy Wierenga, gevierd en gelauwerd, kreeg laatst in Het Parool onder uit de zak van Arie Storm, de man die over Nelleke Noordervliet schreef: ‘zo komt literatuur aan haar slechte naam’. Of neem Kluun op wie ’t al jaren prijsschieten is: ‘Je vindt bij Kluun niet één mooie zin of interessante gedachte. Het taalgebruik is van grote banaliteit en clichématigheid,’ aldus de NRC. Onze masochistische vriend publiceert de ergste kritiek op z’n site.

Kun je maar beter je eigen critici uitzoeken. Alleen: hoe eerlijk zijn ze? Als mensen ’t niets vinden, zeggen ze in het algemeen niets. Of proberen ze voorzichtig nog iets positiefs te melden, maar je voelt aan alles dat ze hard hebben moeten zoeken. En als ze kritiek hebben, weet je dat wat ze prijsgeven eigenlijk het topje van een ijsberg is.

De eerste vier recensies, van volstrekt willekeurig gekozen mensen, mensen die ik verder ook nauwelijks ken of zo:

‘Een knap geschreven roman die een oncomfortabele spiegel voorhoudt. Intelligent, erg geestig met vleugen American Psycho en Mad Men,’ schrijft Willem Sodderland, zakenman, net 40. Lees verder!

Of Claartje Kruijff, nog lang geen 40, predikante – dus goudeerlijk: ‘Net zo humorvol en anekdotisch als Het Diner (Koch) maar met meer nuance en gelaagdheid in het verhaal.’ En: ‘Het boek geeft een goede beschrijving van de tijdgeest en nodigt uit tot het stellen en ook herkennen van veel existentiële vragen. Wie zijn we? Tegenover wie leggen we verantwoording af en voor wie voelen we ons verantwoordelijk?’ Lees verder!

‘Vermakelijk geschreven verhaal over het stijgen en dalen op de sociale ladder,’ vindt Danielle Schouten, twenty-something, zit in de sportauto’s. Haar favoriete passage? ‘Stukje over Bono. Leest als een gedicht. Ik moest ook erg lachen om de zin “Als in Hans, maar dan zonder Grietje, laat ik een spoor achter, van sushi.” Lees verder!

‘Verliefd, verleid, verslaafd,’ zegt Erik Graadt van Roggen, PR-man. Zijn favoriete passage: ‘De waarheid is als klassieke muziek. Mensen zeggen dat ze ervan houden, maar liever horen ze iets anders.’ Lees verder!

Te koop vanaf 11 februari.

Advertenties

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Parvenu – Ben jij een recensent?

‘Wat is dat, een parvenu?’ vroegen best veel mensen. ‘Nou, je weet wel,’ zei ik dan, ‘iemand zoals jij.’ Een indringer in een hogere maatschappelijke klasse. Een social climber. Niet OSM, wordt geringschattend over de parvenu gezegd. De hoofdpersoon in mijn boek is er zeker een.

De Parvenu is bijna te koop, nog zo’n anderhalve maand tot de spetterende presentatie. Weet nog niet of ik voor die gelegenheid naakt van de Van Brienenoord spring of het eerste exemplaar aanbied aan Obama. Misschien combineer ik ’t wel.

Vooruitlopend op de eerste officiële druk heb ik 20 zogenaamde ‘reisexemplaren’, een soort voordruk die ik wil weggeven. Maar je begrijpt natuurlijk dat ik de vrucht van twee jaar vlijt niet aan zomaar iemand in preview wil geven: ze zijn bestemd voor de 20 Beste Recensenten van mijn boek. Misschien voor jou.

Straks zullen de recensenten van De Volkskrant en Vrij Nederland hun pennen in azijn dopen en mij genadeloos neersabelen. Tenminste, dat hoop ik dan maar: beter geslacht dan onbesproken. Want dat is het ergste wat een schrijver kan gebeuren, dat-ie na een jaar uit zijn schrijvershol kruipt en niemand ‘m opmerkt. En om dat te voorkomen zoek ik 20 recensenten.

Het is een vak, dat van recensent. Een goeie heeft twee kenmerken: ten eerste is-ie in staat een mening te vormen, lovend of zuur. Met een ‘leuk boekie, op het begin en het eind na’ kom je er niet mee. En ten tweede heeft een goeie recensent bereik: zijn woord wordt verspreid. Ben je er een? Ken je er een? Heb je de tijd om deze maand het boek -een pageturner overigens- te lezen? Wil jij mijn werk graag bekritiseren? En vertel je dat graag aan de halve wereld? Mail me en zeg me waarom jij een geschikte recensent bent of kent.

Vijf heb ik al:

Daniëlle Schouten (vrouw – twentysomething – zit in de sportauto’s)
Erik Graadt van Roggen (metroman – net 40 – directeur pr-bureau)
Ruben Nicolai (jongeman – jonge vader – acteur/presentator)
Willem Sodderland (zakenman – provinciaal – buzzer)
en Jort Kelder (mediaman – begin 40 – vegetariër/journalist)

Over een week vertel ik wie mijn andere 15 beulen zullen zijn. Hun recensie lees je de 20 dagen voorafgaand aan de boekpresentatie op mijn blog.

16 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Op zoek naar een hoerenjong

Hoe maak je een boek? Tuurlijk, je begint met typen, zeker acht uur per dag, voor minstens een jaar. Vervolgens sabelt een redacteur je neer, kan je de helft weggooien en mag je weer een half jaar typen. Op een goed moment heb je een manuscript, van 72.000 woorden in mijn geval, zo’n 256 boekenpagina’s. Maar dan?

Eerst vist de persklaarmaakster de foutjes eruit. Komma’s en punten, maar ook feitelijke onjuistheden. ‘In Amsterdam kruist tram 5 niet met lijn 14,’ zei ze bijvoorbeeld. Of: ‘In het vorige hoofdstuk heette ze nog Anna. Klopt niet.’

Dan de omslag, enorm belangrijk. Die moet niet alleen mooi zijn, maar ook belangstelling wekken. Dat wil ieder boek, dus lijkt een tafel in een boekwinkel op een crèche: elk kindje gillend om aandacht. Er is wel eens onderzoek gedaan naar hoe dat werkt in supermarkten, waar vanaf de schappen merken schreeuwen. Het blijkt dat het oog in zo’n kakofonie bij voorkeur de witte strip tussen de schappen zoekt: het enige rustpunt. Een goeie omslag krijst dus niet, maar is simpel en sober, in primaire kleuren. Zo maakt Ron van Roon ze, al jaren, voor Grunberg, Giphart en vele anderen, maar zijn mooiste werk heeft hij voor mij gemaakt – zoals ik je binnenkort zal laten zien.

Nog twee stappen. Welk lettertype wordt ‘t? Trump of misschien Garamond? Mijn boek wordt gezet in Milller, da’s dan een overeenkomst met Komt Een Mevrouw Enz. De hoofdstukken, moeten die gestapeld of begint elk op een nieuwe pagina? Krijgen ze titels of nummers? De opmaker maakt op en als hij klaar is, zoek je met ‘m of er geen hoerenjongen in de drukproef zijn geslopen: een laatste regel van een alinea die bovenaan een pagina staat. Is lelijk. Weeskindjes wil je ook niet: een eenzame eerste regel van een alinea onderaan een pagina.

Tot slot de drukker. Het formaat is 13,5 bij 20 cm, papier is romandruk crème 90 grs/m, enkel zwart bedrukt, genaaid gebrocheerd met 2 platrillen, zijbelijming met een dubbele flap. Dat je ’t weet.

Mijn boek is klaar. En het is prachtig. Uiteraard had ik graag gewild dat het op grote stapels van een bookstore near you lag, zo vlak voor kerst. Is niet gelukt. Voor nu raad ik je Joep! van Philip de Witt Wijnen aan, de biografie van Joep van den Nieuwenhuyzen, of Kameraad Baron, de laatste van Jaap Scholten. Tegen de tijd dat je die uit hebt, is mijn boek te koop. Begin februari. Later meer!

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Aretha

Het zweet gutst van onder haar pruik, de bloemen suizen langs haar hoofd, maar ze blijft zingen, en hoe, beginnend met Satisfaction, eindigend met Respect. 29 april ’68, Aretha Franklin treedt op in het Concertgebouw. Wat een power, wat een pracht. Pas 26, voor ’t eerst en ’t laatst in Nederland – vliegen vond ze doodeng. Een uitzinnig publiek kennelijk niet, zelfs niet als dat rond haar vleugel is gedromd, zo’n beetje bij haar op schoot zit.

Voor de mensen die alles al hebben, een huis, een kind, een paar auto’s, haren op hun hoofd, voor die mensen die wellicht geen idee hebben wat er voor hen onder de kerstboom moet liggen, heb ik de gouden tip: Aretha Franklin, The Legendary Concertgebouw Concert. Net uitgebracht, bijna per ongeluk uit Hilversumse archieven gevist, zie De Wereld Draait Door.

Wat een optreden! Het Concertgebouw, tegenwoordig het domein van klassieke muziek en een blank-grijs publiek, werd die avond geregeerd door de Queen of Soul, in een zaal die een stuk zwarter was dan ik had verwacht: zo blank was Nederland al niet meer. De dvd geeft sowieso een mooi tijdsbeeld: Aretha is niet de afgeschermde en gestylede superster die ze vandaag zou zijn, maar een bedeesd meisje dat zenuwachtig een sigaretje rookt in haar kleedkamer. En fans hoefden nog niet in toom te worden gehouden door dranghekken en gorilla’s met een V op hun revers: een vermanend woord vanaf het podium (‘Gaat u toch zitten, beste mensen!’) van de Philip Bloemendal-van dienst was voldoende.

Aretha in A’dam, met stip on 1 van mijn top 10 Best Live Performances. Met verder:

  1. Chaka Khan – Night In Tunisia (’82 met superband)
  2. George Michael – Somebody To Love (tribute to Freddy Mercury, Wembley)
  3. Elvis Costello & Burt Bacharach  – Toledo (Costello schuurt en piept op prachtige melodieën van Bacharach)
  4. John Mayer – 1983 (met op 5m27 even schakelen naar Girls Just Wanna Have Fun en Let’s Hear It For The Boy)
  5. Joni Mitchell – Help Me (’74. Verwijst Prince nog naar in The Ballad Of Dorothy Parker, 1m46)
  6. Nirvana – The Man Who Sold The World (MTV Unplugged. Paar maanden voor z’n dood)
  7. Prince – Push & Pull (met Nikka Costa. YouTube is een goudmijn – behalve voor Prince-opnamen. Die laat hij verwijderen)
  8. Alicia Keys – Empire State Of Mind (het plezier dat ze hebben op podium! Na 4m21 de bravoure-entree van Jay-Z)
  9. Robbie Williams – Let Me Entertain You (voor een publiek van een miljoen of 3 – over bravoure gesproken)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Weinig Assepoesters

Kwam m’n sportschool uit en zag dat er een fuif was. Bleek het Beau Monde Awards Gala, als elk jaar in het Amstel Hotel. Ik had niets te doen die avond, zag er toevallig niet al te shabby uit, dus stiefelde ik langs de fotografenhaag, meldde me bij de ontvangsttafel, legde uit dat ik eigenlijk ook op de gastenlijst hoorde, omdat ik nogal belangrijk ben en dat mijn secretaresse die middag nog had gebeld en even later stond ik met een glas op het ‘sprookjesfeest van het jaar’.

Die Awards waren net vergeven. Mocht u het gemist hebben: Daniele was de stijlvolste, Monique had de Makeover Award gewonnen – maar nog steeds was goed te zien dat ze uit Volendam komt. De Cover Award was een prooi voor Quinty, ooit begonnen als vrouw-van, maar weinig mensen weten tegenwoordig nog wie haar man Orlando is (sierlijke middenvelder. Feyenoord en twee keer in Nederlands Elftal). Ja, lieve mensen, het is me wat. Dat vertellen ze je niet op Teletekst.

Leko is er, Stees, Ireen en Nikki en kijk, daar loopt Kelly, allemaal op hun paasbest, dat wel, maar ik vond ’t een beetje ’n tamme bedoening. Op het podium speelden Heidi en de Heino’s een campy act, personeel van het Amstel Hotel laveerde met schalen fingerfood behendig langs grote ego’s, maar ik verwachtte meer van het feest van het jaar. Bergjes coke, bloedmooie starlets, Gordon in de kroonluchters en een surprise-optreden van Robbie Williams.

‘In welke zaal is de orgie?’ vroeg ik aan een meisje, wellicht van GTST of OSM.
Wist ze niet.
‘En waar ben jij bekend van?’ wilde een ander weten.
‘Ik speel Pino in Sesamstraat,’ antwoordde ik.
Of ik met ‘r op de foto wilde.

Daar staat Geer, samen met Jim, daar is Kelly weer en die daar, wie is dat? Die is jurylid bij So You Think You Can Dance, werd me ingefluisterd. Ze kennen elkaar allemaal, valt me op. Uit de bladen waarschijnlijk. ‘Het is eigenlijk helemaal ons feestje, hier kunnon BN-ers relaxed zijn,’ hoorde ik Caroline Tenson naast me zeggon – alsof ze anders opgejaagd wild zijn.

Lieke ging vroeg naar huis, misschien teleurgesteld omdat ze dit jaar buiten de prijzen was gevallen. Het Beau Monde Gala, een sprookjesfeest? Ik zag veel boze stiefzusters en weinig Assepoesters. Tot zover uw verstekeling in de wereld van glamour & glitter, terug naar Hilversum.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De Grote Drie

De kennismakingstijd is cruciaal, zoals velen weten. Vandaag wordt Harry Mulisch begraven, laatst overgebleven lid van de Grote Drie. ’n Belangrijk schrijver, maar ik ben geen liefhebber. Toen ik echt begon met lezen, nadat ik klaar was met Jan Terlouw, Tonke Dragt en Paul Biegel, begin jaren ’80, had je de Grote Twee: Reve en Hermans. Het was vooral Mulisch zelf die vond dat ook hij heel erg goed was, wat deed denken aan de behoefte van PSV, omstreeks diezelfde tijd, om in één adem met Ajaks en Feyenoord te worden genoemd. Het is ze gelukt, het is gebeurd: je moest ze wel dulden, want ze winnen veel, maar ja, het blijft provincie…

Over voetbal gesproken: je favoriete club kies je niet zelf. Dat doet je vader voor je, die neemt je mee naar ’n stadion en dat is het dan, levenslang. Ik belandde als jochie in De Kuip – nog een geluk dat ik niet bij Fc Dordrecht of Telstar terechtkwam, al ging ’t in die jaren met Feyenoord nauwelijks beter dan nu. Slechte kennismakingstijd? Het is maar hoe je ’t bekijkt: aandelen koop je ook bij voorkeur op hun dieptepunt. Ik bedoel: je zou maar Ajaks-suppporter zijn geworden in ’95…

Je muzikale smaak ontwikkel je in je tienerjaren. Die van mij waren halverwege de jaren ’80, toen Prince hot was en hij bijvoorbeeld Sign o’ the Times uitbracht, waardoor ik ‘m moeiteloos vele mindere volgende platen vergeef. Stevie Wonder daarentegen belde in die tijd om te zeggen dat-ie van je houdt, reed niet dronken en wiebelde raar met z’n hoofd naast Paul McCartney. Leek me niks, die man. Pas veel later begreep ik dat de jaren ’80 niet Stevie’s artistieke heydays vormden, maar dat hij tien jaar eerder -en ook onlangs nog: A Time To Love is van 2005- prachtige muziek maakte.

Tja, die kennismakingstijd…  De Avonden was ooit het eerste dat ik van Reve las, zijn debuut en meest geroemde boek. Ik vond er niet veel aan, dus Reve las ik verder niet, tot ik hem jaren later een tweede kans gaf met Nader Tot U. Dat boek bleek hilarisch en sindsdien ben ik fan, alsnog. Het gejuich over Mulisch’ opus magnus Ontdekking van de Hemel heb ik nooit begrepen en van De Aanslag vond ik de film beter. Ik ga Twee Vrouwen en Het Stenen Bruidsbed maar eens lezen.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De geschiedenis van mijn kaalheid

Het was een relletje tijdens het WK, toen een paar spelers van het Nederlands Elftal stiekem hun vaste kapper het hotel hadden binnengeloodst. Hannie Hanna heette die. Tijden veranderen: twintig jaar geleden zou de smokkelwaar callgirls zijn geweest. Maar goed. Het gekke van het verhaal was dat de jongens voor wie hij kwam -Van der Wiel, Elia, Babel en Sneijder bijvoorbeeld- gemillimeterde coups hebben. Weinig eer te behalen voor Hannie, zou je zeggen.

Als je je been verliest, zal je zelden nog een schoenenwinkel van binnen zien. Een vegetariër gaat niet naar de slager. En ik kom nooit meer bij de kapper.

Tot gistermiddag dan. Herfst in Holland: ineens, uit het niets, brak een wolk en al ben ik niet van suiker, toch wilde ik even schuilen en snel ook. Keuze was een coffeeshop of een kapsalon. Ik drink geen koffie, dus werd het Haarmode Jacqueline. Ze was bezig met een klantje, keek op, zag dat ze geen cent aan me kon verdienen en ging door met knippen. Maar tuurlijk, ik mocht wel even zitten en de Privé lezen.

Ik moest het nooit hebben van een weelderige krullenbos. Het was altijd steil en vlassig. Op m’n twaalfde adviseerde de kapper me een permanentje. Ik wist niet wat het was, maar goddank verhoedde mijn moeder zijn snode plan. Als puber probeerde ik er met veel spuug en wat gel nog iets van te maken. De laatste jaren, vanaf m’n dertigste, werd mijn dos langzaam maar pijnlijk zeker dunner.

Het was uiteindelijk couturier Mart Visser die me overtuigde. In de kleedkamer van de sportclub aanschouwde hij af en toe meewarig mijn haarworsteling. ‘Kaal worden overkomt je, maar kaal scheren is een keuze. Da’s sterk,’ zei hij op een dag, een jaar of drie geleden. ‘Doe gewoon zoals ik: tondeuse, standje 1, een keer per week.’ Van zo’n man neem je wat aan, want mensen er een beetje fatsoenlijk uit laten zien is zijn vak.

Maar ik lijd. Ook al weet ik dat de oorzaak van kaalheid testosteronoverproductie is en ik dus zeer mannelijk ben. Ook al zijn kale koppen de laatste jaren, sinds Pim, iets salonfähiger geworden. Maar laten we wel wezen: die mode doet ’t toch beter onder uitsmijters, dan, om iets te noemen, onder professoren. Ik hou de ontwikkelingen op het gebied van haarimplantatie dan ook scherp in de gaten. Grote mannen gingen me voor: Dick Advocaat, Geer net voor een tweede keer. Het komt goed. Moeder Natuur en ik zijn in gevecht, maar we zullen wel eens zien wie er gaat winnen. Jacqueline zal ooit geld aan me verdienen.

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized